• Nederlands
  • Français
  • Links
  • Sitemap
  • Contact
  • Toespraken
  • Agenda
  • In de pers
  • Blogs
  • Beleid
  • Yves
  • Contact

Toespraak ter gelegenheid van Koningsdag

Print deze pagina

Toespraak ter gelegenheid van Koningsdag

  • Toespraken

15/11/2011

Hulde aan de vrijwilligers in het kader van het “Europees Jaar van het Vrijwilligerswerk”

Koninklijke Hoogheden,
Mijnheer de Voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers,
Mevrouw de Voorzitster van de Senaat
Dames en Heren, in uw ambten en waardigheden,
Dames en Heren vrijwilligers,

Enkele dagen geleden woonde ik, zoals ook de voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordiging, de ontroerende uitvaartmis bij van baron Emmanuel de Bethune, de vader van Senaatsvoorzitter Sabine de Bethune. De eerste lezing in die mis, van Johannes, typeerde de groothartige man die Emmanuel de Bethune was, de “mijnheer Manu” die altijd klaar stond om de mensen rondom hem te helpen, van welke rang of stand ze ook waren.

Die lezing zei namelijk: ‘Kinderen, wij moeten niet liefhebben met woorden en leuzen, maar met daden die waarachtig zijn.’

Die prachtige zin lijkt mij het perfecte thema voor deze hulde aan allen die zich onbaatzuchtig inzetten voor hun medemensen. Want al die vrijwilligers beperken zich inderdaad niet tot woorden of slagzinnen, maar helpen hun medemensen met “daden die waarachtig zijn”.

De Europese Unie heeft terecht dit jaar 2011 uitgeroepen tot jaar van het vrijwilligerswerk, als aanmoediging van en hulde voor de zowat 100 miljoen vrijwilligers in de Europese Unie.

Koninklijke Hoogheden
Dames en Heren,

Een grote Amerikaanse democraat, Hubert Humphrey, heeft ooit gezegd dat onze maatschappijen hun morele waarde tonen door de wijze waarop ze zorg dragen voor drie categorieën van hun inwoners : zij die in de dageraad van het leven staan, zij die in de schemering van het leven staan en zij die in de schaduw van het leven staan. Dat wil zeggen de kinderen, de ouderen, en de andersvaliden die niet of moeilijk voor zichzelf kunnen opkomen.

In onze Europese landen bestaat een oude traditie van bekommernis om de zwakkere leden van de samenleving. In zijn recente boek ‘Une histoire du chômage’ schrijft de Franse docent en expert Yves Zoberman dat de bedel-orden, die in de dertiende eeuw door de heilige Dominicus en de heilige Franciscus gesticht zijn, de eerste georganiseerde hulpverlening aan de armen waren.



Sindsdien zijn onze maatschappijen onherkenbaar geëvolueerd. Op basis van de waarden die door onze religieuze tradities en het humanisme gedragen worden, hebben wij in de meeste van onze Europese landen, door herverdeling van onze rijkdom, een vangnet gespannen voor de zwakkeren in onze samenleving.
Wij vinden dat dit de plicht is van een humane samenleving, en wij zijn, terecht, gehecht aan ons model dat politieke en economische vrijheid aan sociale solidariteit paart.

Maar het eigene van een net is dat er gaten in zijn, hoe fijnmazig we het ook proberen te maken. Er zullen, jammer genoeg, altijd mensen zijn die door die gaten van het verzorgingsnet vallen. Onder andere daarom zullen er altijd mensen nodig zijn, vrijwilligers, die door hun warme menselijke inzet de tekortkomingen van koude bureaucratieën compenseren en aanvullen.


Altesses Royales,
Mesdames et Messieurs,

Je souscris entièrement à ce que vient de dire la présidente du Sénat sur le rôle et le devoir qu’ont les autorités publiques, à tous les niveaux, de soutenir le travail si précieux et si nécessaire des volontaires. Je souscris également aux paroles du président de la Chambre des Représentants sur la nécessité de formation et d’encadrement de nos volontaires et bénévoles.

En effet, le volontariat couvre un terrain et des besoins énormes, et a donc besoin de spécialistes. Il va des grandes organisations connues et reconnues comme la Croix Rouge aux gens qui, discrètement, donnent un coup de main dans des hôpitaux ou des hospices pour y rendre le séjour des malades ou des gens âgés plus agréable.
 Il va des papas et des mamans qui, bénévolement, entraînent une équipe de sport de l’école de leurs enfants, aux gens qui,  aux lignes téléphoniques d’urgence, trouvent les mots pour répondre à la détresse de ceux qui ne voient plus que le suicide comme issue à leur mal de vivre.

J’ai dit que l’Union Européenne compte une centaine de millions de volontaires, de bénévoles. C’est beaucoup. Mais en même temps ce chiffre implique que plus de 75 pourcent d’Européens n’auraient aucune activité bénévole. Je crois que ce chiffre ne fait pas justice à la réalité. Il y a des bénévoles qui travaillent sur un plan si local, si personnel, si discret qu’eux aussi passent à travers les mailles du filet, dans ce cas-ci le filet des statistiques.

Ceci étant dit, il reste que nous tous pouvons faire plus. Et comme un long périple commence toujours par un premier pas, tous les jours nous pouvons être, nous tous, à une échelle très modeste, des volontaires.

J’aimerais, pour illustrer ceci, citer l’inoubliable Chanson pour l’Auvergnat, de Georges Brassens. N’ayez pas peur, je n’essaierai pas de la chanter. Mais le texte résume en mots simples et modernes les antiques commandements de miséricorde et de charité. Il remercie, et je cite, « toi l’Auvergnat qui sans façons, m’a donné quatre bouts de bois, quand dans ma vie il faisait froid ». Il remercie, et je cite, «toi l'hôtesse qui sans façons, m'as donne quatre bouts de pain quand dans ma vie il faisait faim ». Et il remercie « Toi l'étranger qui sans façons, d'un air malheureux m'as souri lorsque les gendarmes m'ont pris ». Et à propos de ce sourire il ajoute : « Ce n'était rien qu'un peu de miel, mais il m'avait chauffé le cœur, et dans mon âme il brûle encore, à la manière d'un grand soleil ».


En effet, il y a toujours, dans nos sociétés d’affluence, des gens dans la vie de qui « il fait faim » et « il fait  froid ». Mais il y a aussi des gens qui sur le plan matériel ne manquent de rien, mais qui meurent, intérieurement et parfois littéralement, de solitude.  Il est à la portée de chacun d’entre nous d’être attentif à cette solitude-là dans notre entourage, de tendre la main, de sourire, de donner ce « peu de miel qui réchauffe le cœur ».

Ceci évidemment ne remplace pas les « actes véridiques » des volontaires. Mais il les complémente dans une société qui a besoin de chaleur humaine et de convivialité.

Pour tout ce qu’ils apportent à notre société, je tiens à féliciter et à remercier très sincèrement, au nom du gouvernement, tous nos volontaires. Et je joins  mes félicitations à celles de Madame de Béthune à l’adresse de madame Eva Hambach pour sa nomination à la tête du European Volunteer Centre.
Ik wil ook, namens de regering, de leden van onze Koninklijke Familie zeer oprecht danken voor de ondersteuning en aanmoediging die zij met hun aandacht en hun vele bezoeken geven aan het vrijwilligerswerk. Wees ervan overtuigd, Koninklijke Hoogheden, dat dit voor de betrokken mensen en organisaties een enorme aanmoediging betekent, en door ons allen zeer op prijs wordt gesteld.

En ten slotte wil ik ook graag, namens de regering, op deze Dag van de Koning onze vorst alle mogelijke succes en geluk wensen in zijn ambt van staatshoofd en in zijn familieleven.

 
 

»
  • Français
  • Home
  • Webmaster
  • Contact